donderdag 17 maart 2011

De insluiper

Trouwe lezers weten vast nog wel dat er een aantal jaar geleden tijdens onze afwezigheid in ons appartement is ingebroken. Naast dat het irritant is dat je spulletjes en je centjes zijn gejat, er uit je koelkast is gegeten en er op je plee is gepoept, hou je er ook een vreemd soort van onveiligheidsgevoel aan over.

Zo voelen wij, als we het appartement verlaten drie keer aan de deur, of ‘tie toch wel goed op slot is gedraaid. Voor de niet Floridagangers: je hoeft hier nooit bang te zijn dat de deur achter je dicht valt, je moet hem zelf op slot draaien. Als wij terugkomen, voelen we weer of de deur nog steeds op slot is.  Voor de zekerheid nemen we sindsdien kostbaarheden zoals het fototoestel en de laptop altijd mee in de rugzak. Alsof die zooi niet uit een auto gestolen kan worden……En bij binnenkomst doen we voor de zekerheid altijd nog even een quickscan, om zeker te weten dat er geen ongenode bezoekers zijn geweest. Aanvankelijk duurde de quickscan een kwartier omdat alle inloopkasten en badkamers ook nagelopen moesten worden en er onder alle bedden werd gekeken. En ook in de ruimte waar de airco staat. En in die van de wasmachine en de droger…… Verder maken wij het goed, dank u!

Gisteren kwamen wij bepakt en bezakt terug van de eerste inkopen in de Walmart. Bij de eerste check bleek de voordeur op slot, dus wij stapten welgemoed binnen. Omdat de tijd alle wonden heelt, had ik de laptop gewoon voor het eerst weer eens in het werkhoekje laten staan. Voor de zekerheid liep ik er toch naar toe. Wat gek, de laptop stond er wel, maar de snoertjes lagen niet zoals ik ze had achter gelaten. Lidy, die de inspectie van de slaapkamer, de inloopkast en de badkamer voor haar rekening nam, zag onmiddelijk dat de wekker verplaatst was. Bovendien knipperde hij op 00:00 uur… alsof de tijd had stilgestaan tijdens onze afwezigheid.

Met bonzend hart liepen we de drie kamers, 7 inloopkasten en twee badkamers na. Alles normaal, we misten niks, ook niet uit de koelkast. En er zaten ook geen vreemde remsporen in de pot. Ook geen bekende trouwens. We waren verbijsterd. Tot ik de nieuwe Comcastkastjes bij de televisies zag liggen, met de nieuwe afstandsbedieningen. Kennelijk was de lokale onderhoudsmonteur binnen geweest om deze handel aan te sluiten. Niet zo erg, we kennen hem wel want hij rijdt hier de hele dag met zijn truck rond omdat er altijd wel ergens iets te onderhouden is is dit complex. Het was netter geweest als hij zich even van te voren had gemeld of in ieder geval even een notitie had neegelegd, dan weet je tenminste wat er in ‘je’ huis gebeurt tijdens je afwezigheid.

De waakzaamheid in huize Teleton is door dit voorval weer opgeschaald naar Orange. Laptop en fototoestel vergezellen ons weer dagelijks in de Dikke Dodge want je weet maar nooit. En voor de nacht gaat er weer een eetkamerstoel voor de deur, met een paar lege blikjes er op, die zodra de stoel beweegt, luidruchtig op de tegels van de hal kletteren. Dat zal ze leren, de insluipers.

IMG_2749 Vandaag waren we in SeaWorld. Met nog een heleboel andere mensen. Voor de parkeerplaats stonden de auto’s zes rijen dik. Eenmaal binnen heerste een gezellige drukte. Wij zagen Believe en Blue Horizons in een uitverkocht stadion en deelden een fajita sandwich in Mango Joe’s Cafe. Een overijverige huisvader die voortvarend met zijn dienblad vol verfrissingen door het drukke restaurant laveerde op weg naar zijn dorstige gezin, maakte net naast ons tafeltje een misstap waardoor er twee grote bekers Sprite (met  ijs) in Lidy’s boezem verdwenen.

De kenners weten hoeveel Sprite er in een grote beker gaat. En hoeveel ijs……Het was een nette vent, die ons naast duizend excuses, ook nog eens aanbood de lading ijs handmatig te verwijderen. Wat wij beleefd afsloegen.

Tegen een uur of half vijf hielden wij SeaWorld voor gezien. Op de terugweg werden we aangesproken door een jong stel dat Nederlands sprak. “Hoe lang blijven jullie nog?”, vroegen ze belangstellend. Besmuikt stak ik vijf vingers omhoog. “Vijf dagen nog maar?”. “Vijf weken…” zongen wij in koor terwijl ons hart een sprongetje van blijdschap maakte. Bij de auto aangekomen keken we nog een paar minuutjes naar de radeloze mensen die tevergeefs tussen de eindeloze rijen witte auto’s hun eigen exemplaar probeerden terug te vinden. Thuis schoven wij eerst een pizza in de oven en daarna in onze mik. Lidy draait haar eerste wissewasje terwijl ik de leuke reacties op ons blog voorlees. Aan de overkant zakt de vuurrode zon achter het clubhuis van Cane Island. Het zijn de kleine geneugten des levens die er voor zorgen dat de stemming in huize Teleton onveranderd uitstekend is. Mazzelpikken zijn we, bij wie het geluk op dit moment vanzelf aan de kont lijkt te kleven. Of zou het toch door de Sprite komen………….

Voor wie naast de praatjes ook nog belangstelling voor de plaatjes heeft. We kijken even naar de beelden:

 

Even wachten. Nog even wachten. Nog heel even wachten:

IMG_2948

 

Pizza!

IMG_2952

Paarse krokodil pakt goed uit

Wij hadden bij Alamo voor vijf weken een auto gehuurd. Het ophalen verliep soepeltjes, de keuze was reuze zoals eerder gemeld. Maar op het huurcontract stond dat we de auto op 14 april in moeten leveren;  4 weken in plaats van de afgesproken 5. Altijd de kleine lettertjes goed lezen, zeker vooraf maar ook bij het aangaan van het contract. Vertrouwen is goed, controle is beter! 

Hier moest Alamo dus wel iets uitleggen. En dat deden ze ook. Ik heb ze telefonisch (per telefoon!) gratis gebeld, want gemak dient den Mensch. En zelden was ik zo happy met een paarse krokododil. De maximale huurperiode is vier weken, zo werd mij uitgelegd. Eigenlijk zijn er dus twee reserveringen onder hetzelfde nummer gemaakt; een voor de periode van een maand en een voor de laatste week. Begrijpt u dat?

Voor iemand die niet zo goed in hoofdrekenen is, begreep ik meteen donders goed dat deze omslachtige regeling financieel goed voor ons uitpakt. Omdat ieder nadeel zo ze voordeel hep, beginnen we met het nadeel van deze constructie: Na vier weken moet ik deze auto bij Alamo inleveren. Met een zo leeg mogelijke tank, want de eerste tank benzine is bij de huurprijs inbegrepen. Even wilde ik nog om een andere regeling vragen; vorig jaar hebben wij immers de auto voor zes aaneensluitende weken meegekregen. Maar ik zou toch wel gek zijn, als ik me zo’n buitenkansje zou laten ontnemen. Laat de duivel nu eindelijk ook eens op ons kleine hoopje schijten!

Want hier komt dus het voordeel van dit nadeel: Op 14 april staat inmiddels een bezoek aan de Florida Mall gepland. Aansluitend wisselen wij ook eens een keertje van auto. Vanwege de reuzekeuze rijden wij graag even door naar het vliegveld waar ik mij met plezier voor een nieuwe auto, met weer een volle tank benzine kan melden.

Inmiddels heb ik al een goede bestemming voor deze besparing die in huize Teleton voor een geweldige juichstemming heeft gezorgd. Misschien vertel ik daar in ons volgende berichtje wel wat meer over, maar er ligt ook nog een nieuw verhaal over de insluiper die tijdens onze afwezigheid door de condo heeft gestruind. Genoeg spanning en sensatie in het verschiet, dus! Maar de koffie is op, de zon staat hoog aan de hemel, dus spoeden wij ons richting Seaworld, maar niet zonder de trouwe lezers geruststellend te melden dat de stemming hier in huize Teleton opperbest is. En als er niets verandert, dan blijft dat zeker zo!

woensdag 16 maart 2011

Vrolijke vakantievoetjes uit Florida

Bij de ingang van de parkeergarage van Alamo werden wij opgewacht door een vriendelijke man. De peoplegreeter, zeg maar. Of hij ons kon helpen. Ik toverde mijn reservering tevoorschijn. “Yes, Anthonius”’ klonk het vriendelijk en tegelijk ook een beetje dreigend. Als je met je volledige voornaam aangesproken wordt, doet dat je toch altijd een beetje denken aan je vader, die je zo toesprak als je iets heel ergs had gedaan. Of wanneer je twee drieen op je rapport had, voor wiskunde, meetkunde en biologie. Ik ben altijd slecht in rekenen gebleven, soms val ik door de mand.

De man bestuurdeerde de reservering, bromde iets van “Full Size Car” en verwees ons naar de rij auto’s achter het kantoortje. In de rij full-size cars was het een rariteitenkabinet van modellen, types en merken. Alleen de kleur was standaard; wit. Vooraan in de rij stond een echte dikke Amerikaan uit de luxuryklasse. Een Buick met een kofferbuick van hier tot goeiemorgen. Verleidelijk, maar wij keken verder. Een Chevrolet Impala. Vonden we te gewoontjes, zeker in het wit. Een stuk of wat Jeepjes Compass. Wij vreesden dat deze, na de Jeep Cherokee van vorig jaar wel eens tegen zou kunnen vallen. Verder wat Chevrolets HHR, met treeplankjes en in gewaagde kleuren die fel afstaken tussen het witte geweld. Fijne auto, maar we hadden voor een full-size betaald. Achterin de rij stonden de  fullsize minivans en een Kia Sorrento SUV. Hoewel ik het een prachtige auto vond en ik de verleiding nauwelijks kon weerstaan, had ik geen zin in de discussie met de mevrouw die de auto bewaakte alsof het haar eigendom was. Haar man stond nog in de rij, maar zij claimde de Kia. MIjn oog viel op de dikke Dodge Grand Caravan Crew. Haar uiterlijk was lelieblank maar haar  binnenkant was pikzwart. 700 miles had zij op haar tellertje, waarschijnlijk was haar soepele zwarte bekledingstof slechts door een enkele mannenkont beroerd. Zij rook nog ongerept, jong en als nieuw. Mannen vallen daarop.

Ik klikte op haar elektronische afstandsspeeltje en haar poorten openden zich geruisloos. De spanning steeg toen ik haar achterdeur opende. Hier wilde ik mijn lading wel inschuiven, qua bagage. WIj namen plaats. Ik maakte met een beetje spuug de Teletomknobbel een beetje vochtig, zodat deze goed aan het raam zou hechten. Teletom stond nog niet aan toen er, nog in de garage zes satelieten op het scherm sprongen. Ik stelde de bestemming in: Na 100 meter echtsaf, jubelde Tom. Maar eerst moesten wij de garage nog uit, dus ik schakelde haar pientere pookje op R. Op het dashboard verscheen een scherm, met daarop bewegende beelden van wat zich achter de auto afspeelde. In dit geval was dat net even niets, dus kropen wij achteruit.

Bij de slagboom overhandigde ik  volgens afspraak mijn reservering, creditcard, rijbewijs en lidmaatschapkaart  waaruit blijkt dat ik een Insider ben. De dame deed wat zij kennelijk moest doen, overhandigde mij het huurcontract met de pasjes en wenste ons een behouden vaart met het witte slagschip.  Achter mij sloten de volgende huurders aan, dus ik besloot er op te vertrouwen dat het huurcontract geheel in overeenstemming met de offerte was. Alles is immers digitaal vastgelegd en de computer maakt nooit fouten…Hierover later meer in een apart hoofdstukje over de autohuur met de kortingsregeling wat ik speciaal voor de liefhebbers nog op dit blog zal plaatsen.

Wij zoefden met de dikke Dodge in economystand in no time via de tolweg naar Hotelbeds, waar we ons adres op Cane Island konden ophalen. Ons huisnummer eindigde op een vier, dat betekent in ieder geval zicht op de pond en de pool. De nummering van de gebouwen hebben wij niet helemaal in ons hoofd, dus dat bleef nog een verrassing. Wij deden de broodnodige boodschapjes bij de Publix en zoefden verder naar Cane Island. Wij hebben hetzelfde appartement als waar we vorig jaar tussen Pasen en Pinksteren in verbleven. Helemaal top, eerste etage en de zon in de middag op het balkon. Drie slaapkamers in plaats van de beloofde en betaalde twee. De mini en het modem verstonden elkaar ogenblikkelijk dus legden wij ons moede hoofd, na een piepklein poezenwasje, rond de klok van elf met een gerust hart te rusten om de ogen pas rond half acht des anderen daags verbaasd te openen. We zijn weer thuis en nadat de eerste bacon knapperig plaatsmaakt voor wat eieren in de pan terwijl de oven de broodjes oppiept, vult het huis zich met vertrouwde geuren die er voor zorgden dat de stemming in huize Teleton nog voor zonsopkomst, opperbest was.

We schrijven nu een uur of zes. Plaats van handeling: in de zon op het balkon. Wij pakten vandaag flink uit, bezochten de Dollartree voor de wissewasjes en de Walmart voor de bikkesement. Tussendoor bezochten we de Mac voor een light bite. Een salade met kip en bacon en een aardbeiensmoothie. Als dat niet kosher klinkt….. Helaas was het bestek bij de MAc uitverkocht. Hoe we de salade dan moesten knagen, vermeldde het verhaal niet. Nou ja, ze had nog wel twee Flurry-lepels. Sorry…..! Het was behelpen,maar gelukkig was er nog wel een rietje voor de smoothie.

En zo zit de eerste dag van onze tot dusver vrolijke vakantie er al weer op. Ter leringhe en de vermaeck voegen we nog wat plaatjes toe. Het kan niet op, mensen. Wij danken alle lezers, volgers en bezoekers voor hun belangstelling en voor de vrolijke, vriendelijke en fruitige reacties en melden ons weer met nieuwe verhalen zodra daar aanleiding toe is.  Tot die tijd zou ik zeggen: Hou de zonzij!

Uit de serie vervoer: Twee muilen.

IMG_2710

Uit de serie vervoer: De dikke Dodge Caravan Crew.

 

IMG_2692 IMG_2693 IMG_2696           IMG_2694

Uit de serie vakantiepret: Vrolijke vakantievoetjes uit Florida.

IMG_2708

Uit de serie Blauwe luchten met witte wolkjes: Blauwe luchten met witte wolkjes.

IMG_2699

Het appartement op Cane Island

Ervaren reizigers

Aangekomen op het Internationale vliegveld van Washington, verliepen de zaken voor 100 % naar wens. Er waren voldoende loketten open en per Immigrationofficer stonden slechts drie of vier wachtenden. Ons werd verzocht aan te sluiten bij loket 24. Onze voorgangers namen de hindernis foutloos en ook wij werden vlot en vriendelijk afgehandeld. Vanwege het ‘nieuwe systeem’ lukte het niet om Lidy’s vingerscan te maken. Wat is nieuw, bij het oude systeem had ze ook geen vingerafdruk. Of de Immigrationofficer misschien even haar hand mocht vasthouden? Gezamenlijk drukten ze het scanapparatje zowat door de desk, maar uitleindelijk stonden ze er toch maar mooi op. Twee afdrukken van de wijsvinger en een foto, zonder bril.

Onderwijl babbelden we wat over de vakantie. “Vijf weken…?”, vroeg de ongelovige Thomas. “Vijf weken!”, beloofden wij plechtig en we probeerden er zo ernstig mogelijk bij te kijken. Je moet de goden niet verzoeken. “Kost zeker wel een paar duiten”, voerde de Officer de spanning op. Nou boeken wij bij usafunvacations.nl, dus dat valt alleszins mee, maar wij besloten hem niet wijzer ter maken en  beaamden zijn conclusie. Wij zagen dat hij inmiddels aan het stempelen was, dus de Torture kon nooit lang meer duren. We namen hartelijk maar snel afscheid, want uit onze ooghoeken zagen we de eerste koffer al op de band komen aanhobbelen. Nummer twee volgde en wij vervolgden onze weg door een cordon van fruit- en drugshonden. Zij keurden ons geen blik waardig, vast het resultaat van de geur van opgefriste muilen. Omdat wij op ons blauwe formulier helaas weer niet in hadden kunnen vullen dat we meer dan 10.000 dollar aan contant geld bij ons hadden en we ook al niet met vee in aanraking waren geweest, was de toelating tot de USA of A een fluitje van een cent. Opgelucht leverden we de koffers een paar meter verder in.

Tijdens de wandeling over het opvallend rustige parcours, stopten wij voor een light bite bij Wendy’s. Ik moet er nog even inkomen, want ik vergat de (gratis) zakjes mayonaise te vragen. We kuierden verder en gebruikten de laatste stroom voor het verzenden van een blogberichtje. Het vliegtuig was niet overvol, er waren zelfs nog 25 stoelen beschikbaar. Veel zakenlui en ervaren reizigers aan boord en weinig toeristen. Net voor seating 3 werd omgeroepen, schoven wij aan in de rij voor boarding. Goeie timing want in de overhead bin was nu nog plek voor onze bagage. Aan het raam op onze rij zat een man druk in gesprek met zijn achterbuurvrouw. Wij groetten beleefd en namen plaats. Danke scheun, sprak de man. Wij keken stuurs voor ons uit, maar voelden niet de behoefte hem het verschil tussen Teutonen en Kaaskoppen uit teleggen.

Het gesprek was boeiend om te volgen, ze leken zich naast twee vermeende Deutsche Leute onbespied te wanen. Binnen de kortste keren wisten wij alles van hem en haar. Ze kenden elkaar tot voor deze vlucht niet, maar daar werd in rap tempo aan gewerkt. Voornaam, huwelijkse staat, kinderen, werkgever, hobbies wij wisten het van beide partijen. Terloops informeerde hij nog even wat ze in Orlando ging doen. “Een danscontest?… oh, I love dancing!” En in welk hotel ze verbleef. En hoe ze daar dan zou komen? “Een Shuttlebus? Weet je wat joh, ik breng je wel even…..!” Ze ging zonder morren accoord. Ik zei het al, veel ervaren reizigers aan boord.

Tegen de landingstijd richtte de babbelkous zich toch nog even tot ons. Hij had in Geilenkirchen gediend. Wij keken er niet van op. Nu werkte hiij voor Lockheed. Ja, Lockheed, die kenden wij wel……Een reden te meer om extra op te passen met deze snijboon. Hij merkte het niet en vroeg dapper door. Hoe lang we bleven? Hij twee dagen! Wij durfden het bijna niet te zeggen. En nadat hij ons toch nog de huwelijkse staat, de gezinssamenstelling en de kosten voor onze vakantie had ontfutseld, vluchtten wij in Orlando snel de slurf in. Hoewel wij niet zo nodig hoefden, gingen we voor de vorm even plassen, zodat we de kletskous met aanhang niet in de peoplemover zouden treffen.

Onze koffers hobbelden ons gebroederlijk tegemoet. Wij keken nog even meewarig naar de ramptoeristen die met hun volledige pakkage de roltrap naar de autoverhuurders af struikelden en stapten zelf in een van de drie lege liften die zij over het hoofd hadden gezien. Bij geen van de verhuurders stond een grote rij, wij zouden er geen hinder van hebben gehad omdat wij deze hindernis mochten overslaan. Op naar de garage!

Over de avonturen bij Alamo, de keuze van het vervoermiddel, de kleur, de kilometerstand, treeplakjes, schuifdeuren en knopjes lees je in het volgende en laatste verslag over de heenreis meer. Net als over het appartement. Maar we kunnen nu al verklappen dat dit alles de stemming in huize Teleton zeker niet bedorven heeft. Tot die tijd heb ik maar een advies: Hou vooral de zonzij!

dinsdag 15 maart 2011

Op de vlucht.

Het boarden verliep perfect. Grondstewardessen stuurden de ongeletterden die hun seatingnummer niet konden lezen, zonder pardon terug en zo hoort het ook. Omdat wij seating 2 hadden, was de bin boven onze stoelen op rij 17 (ook lekker ruim hoor, maar oh, oh, rij 21 stoel H en J…….) nog leeg. Wij zetten ons neder in afwachting van de karavaan zakjes, bakjes, kratjes, pakjes, tasjes met bijbehorende stoelzoekers aan ons voorbij te laten trekken. Maar er gebeurde niets spectaculairs, vrijwel iedereen had zich aan de voorgeschreven handbagageregels gehouden. En zo hoort het ook.

Het vertrek stond gepland om 11:10 uur. Rond de klok van elf liet men weten dat ‘wij’ nog even wilden wachten op een aansluitende vlucht uit Ouaquadugu. Nu was ‘ons’ niets gevraagd, maar vooruit. Wij wilden toch ook niet dat onze Afrikaanse medemensch op weg naar de USA zou stranden in Brussel, of all places. Om kwart over elf druppelden de eersten binnen. Bepakt, bezakt en op z’n elfendertigst. Op weg naar rij 36 stopte men belangstellend  bij rij 12. Nee, hier was het niet. Bij rij 18 werd de boardingpass nog eens uitgebreid bestudeerd, niet nadat men de volledige bepakking eerst even uit de handen had gezet. Een statige dame in prachtige klederdracht, vond de business class stoelen op rij 15 wel ver genoeg naar achteren. Zij nipte chique aan de aangeboden champagne. Een man met een geel Unitedhesje, sprak haar aan. Hij kwam van buiten, zo blijft het cabinepersoneel buiten schot bij moeilijke gevallen. Of mevrouw maar even haar boardingpass wilde zien. Een sterk staaltje acteren was het gevolg. Na wat boodschappenbriefjes en bonnetje van de plaatselijke fietsenstalling, kwam dan eindelijk de pass boven water. Rij 36. Zonder een spier te vertrekken, rees de statige dame op, verzamelde haar belongings en slofte verder het vliegtuig in. En zo kwam het dat we wat later dan gepland het luchtruim kozen.

Zowel de chicken als de pasta, want wij kiezen altijd voor een stukje zekerheid, smaakte prima. Wij wonen in een witte wijk, dus de geneugten van de wereldkeuken gaan grotendeels aan ons voorbij. Een enkele pizzabezorger waagt zich op zondagmiddag eens in onze enclave, maar daar houd het mee op. Onze wijk kenmerkt zich door de geur van draadjesvlees, op zondagmiddag. Vandaar dat ik, als ware ik een aap die een roestig horloge van binnen bestudeert, in het bakje chicken zat te kijken. De kip herkende ik nog wel, al lag zij onder een pikant tomatenprutje. Verder lagen er kleine dingetjes in het bakje die op gebakken krieltjes leken. Maar ik heb nog nooit gebaken krieltjes met een pruimensneetje gezien. Het had de textuur van abrikoosjes en ze smolten op de tong. Wat de pot precies schafte, wij weten het niet maar de kleine heeft genoten. De pasta, meenden wij daar ravioli te herkennen, ging er ook in als koek. Zelf het bijgeleverde stukja appelcake, deze keer met echte appel en wel vijf (5) rozijnen verdween in het gat onder de neus en boven de kin. Alleen het broodje bleef in het cellofaantje.

Inmiddels zijn wij boven de nieuwe wereld aangekomen. Het intigrerende plaatsje Kuujjuaq, wat mij altijd doet denken dat ik in een verkeerd vliegtuig boven Afghanistan terecht ben gekomen, staat inmiddels op de kaart. Another 1245 miles to go, zou George Kooimans zingen. Wij aten nog een handje zelf meegebrachte vliespinda’s wat er bijna voor zorgde dat er een onvoltooid werk van de hand van Teleton zou blijven liggen. Ik stak, zoals wij het in Den Haag zo mooi zeggen, de galanteriemoord. Er schoot een vliesje in het verkeerde keelgat wat moeder natuur er onder veel geprut en geproest uit probeerde te kokhalzen.
Voor de broodnodige pitamientjes hadden wij ook wat citrusfruit meegenomen. Het was geen sinaasappel, het was geen manderijn, het was een droogkloot van Albert Heijn. Gelukkig hadden we de banaantjes nog. Rest ons voor aankomst nog vier krentenbollen, twee zandkoeken met noten en een droge worst weg te worstelen. In de maag mag je ze immers gerust importeren, in de tas wordt het niet op prijs gesteld.

Tijd voor wat beweging. Toen na de maaltijd de luikjes werden gesloten, voelde ik me vrij om de pantalon even op de vreethaak te zetten. Na een flinke tuk helemaal vergeten. Heb ik eerst een kwarttiertje in het halfdonker wat rek en strekoefeningen staan doen met een losse riem en een driekwart openstaande rits. Onderweg naar het toilet voelde ik dat de broekband begon te wijken en nog net op tijd legde ik achteloos de hand op de juiste plek om te redden wat er te redden viel. Een blamage in het gangpad bleef mij bespaard. De goegemeente zou het waarschijnlijk niet hebben gemerkt, ze slapen of loeren in het blauwe licht van hun electronic device. Met zo’n drie uur voor de boeg en mondvoorraad voor een weeshuis, een lege blaas en de batterij op halve kracht, besloot ik ook maar even achter het schermpje te duiken. Na de droge humor van Nico D en de droge worst van de Aldi, wordt het tijd voor een uit het leven gegrepen stukje Teleton. Aldus naar waarheid opgetekend op 11 kilometer hoogte bij een ijskoude buitentemperatuur, met een houten kont en…..toch nog immer in opperbeste stemming op de vlucht naar IAD.

Een relaxed begin

We schrijven dinsdag 15 maart. Het is rond de klok van 9:00 en we zitten bij de Starbucks.

Het was erg rustig in het Ibishotel. Op het gezoem van de luchtbehandeling na, bleef het doodstil. Geen klapperende deuren, geen geroep op de gang en geen vroege vogels die om kwart over vijf gaan douchen. Toch kwamen wij om de een of andere reden niet verder dan wat hazenslaapjes.

Wij checkten uit en buiten stond een bus. “Arbeitseinsatz” stond er op, dus dat kon niet voor ons zijn. Ik kuierde naar de auto voor de bagage umtausch. Bij terugkomst had Lidy zich al in de bus genesteld, de franstalige chauffeur babbelde met haar in zijn beste engels. Deux minutes, madame! Ik perste de laatste kofer in het bagagerek en we vertrokken. Geen backlottour meer, door de krochten van Zaventem, maar een ritje over de snelweg. Geen bagagekarren op het perron, maar gelukkig wist ik ze te staan. Geen rijen bij United en dat kwam prima uit, want de bag drop was hier afgeschaft. Waarom we als Hollanders via Brussel vlogen. Besmuikt vertelden we dat dit veel voordeliger was en dat vond ze een hele goede reden. Zijn de koffers al die tijd in uw aanwezigheid geweest? Wij verklaarden naar waarheid dat dit zo was, we hadden er immers bijna bovenop geslapen? Omdat wij al ingecheckt waren, verliep de procedure verder pijnloos. Niemand bij de douane, dus kachelden wij voortvarend door tot aan de veiligheidscontrole.

Geroutineerd hadden wij ons van vesten, riemen, muntgeld en sieraden ontdaan. De hele zooi was in de trolley en de rugzak gepropt. Als laatste zette ik de muilen in het bakje, apart, dat dan weer wel. Zowel bij de trolley als de rugzak sloeg de electronische waakhond luid piepend aan. De sloffen hobbelden ongestoord in mijn richting. Wij werden vriendelijk verzocht de hele santekraam aan vesten, snoertjes, sleutels, reservebrillen, natte doekjes en wat een mens zoal niet meesjouwt, uit te stallen. Over de medicijnopslag werden geen vragen gesteld en ook de rest van de boedel nam het parcours na deze eerste weigering foutloos.

En zo komt het dat wij, onder het genot van een bakkie pleur, zoals gebruikelijk in opperbeste stemming over de tarmac kijken. De zon breekt door. Het is onwaarschijnlijk stil, je kunt overal zo doorlopen. Er zijn zelfs lege tafeltjes, dat hebben we hier nog nooit gezien. Het grote wachten is begonnen, wij checken pas rond de klok van half elf in. Tijd dus, om een lekker plekje op te zoeken waar ik kan beginnen met het lezen van Nico Dijkshoorn’s Kleine Dingen. Dat zal de stemming ongetwijfeld nog vrolijker maken, waarover later meer.

M & M

We schrijven dinsdag 14 maart. Ibishotel te Brussel, rond de klok van 19:00 uur. We nemen de dag door:
Het was een dag vol kleine klusjes. We kropen op onze normale tijd onder de klamme lappen vandaan, aten de krant en  lazen het ontbijt. In de doorgaans zo opgeruimde badkamer was het een drukte van belang want er stond voor vijf weken medicijnen, cosmetica, onderhouds- en smeermiddelen gereed. Tot de koffie deden wij het op ons normale tempo. Easy does it!

Daarna werd er opgeschakeld naar alarmfase 2. De koffers werden in stelling gebracht, alle kastdeuren stonden open en binnen de kortste keren waren de koffers gevuld. Dan de handbagage met de reisbescheiden, de oordopjes en de betaalkarten; ook zo gepiept. Aansluitend brachten wij het huis op orde. Er werd stof gezogen, de meubelen geswiffeld en het orgel geswaffeld. De vetplantjes werden voorzien van een extra scheut water, de buitenboel  werd nog eens nagelopen. Er werd gesopt, geschuierd, geveegd, gemopt en gedweild dat het een lieve lust was. Nog net voor het aanrecht aan de beurt was, realiseerde ik me dat de Rockports en de muilen nog een veeg moesten hebben. Ik spreidde de laatste krant op het aanrecht, duikelde de bruine schoenpoets op met de bijbehorende borstel.

Ik reis op muilen die ik gemakkelijk bij de diverse controleposten uit kan schoppen. De Rockports zijn zwaar geveterd en dat houdt de boel onnodig op. Waren de muilen ooit louter  voor de vakantieperiode aangeschaft, inmiddels worden zij omdat glimmende gepoetste brogues niet meer tot mijn persoonlijke standaarduitrusting  behoren, dagelijks ingezet voor het transport van 1 meter 93 Teleton. Tot mijn schande moet ik zeggen dat zij minimaal onderhouden worden, zodat ze er met het klimmen der jaren een aan de buitenzijde een beetje afgetrapt uit zijn gaan zien. Ik plaatste de muilen op de krant op het aanrecht en zag ze eens bijna een meter dichterbij dan normaal. Als schoonheid van binnen zit, dan is dat bij mijn muilen wel erg diep weggestopt. Teleton verschoot van kleur omdat hij zich plots realiseerde dat hij last had van M & M; meurende muilen. Man, man, wat stink ik uit mijn muilen zeg, van zo dichtbij. Er kwam nog net geen rook vanaf, maar aan het binnenwerk te zien zijn we toch akelig dicht bij een meltdown geweest. Met een lekkere lik ledervet werd de lucht alweer wat geklaard en nadat Lidy de inlegzolen met een mysterieuze spuitbus had behandeld, durf ik morgen mijn muilen weer met een gerust hart op de rollenband ter controle aan te bieden.

Rond de klok van vier kachelden wij via Wouw, waar wij a raison van 66 eurocents de liter de LPG tank nog eens volbliezen, op ons gemakje richting Brussel. Op de ring van Anvers vormden zich snel de eerste files, richting Nederland, dus daar maalden wij niet om. Vlotjes ging het onder het genot van muziek van radio FM Joe over de snelweg richting hoofdstad. Het industrieterrein waar de airporthotels gelegen zijn, laat zich wat lastig vinden, maar met de hulp van onze trouwe Teletom reden wij een foutloos parcours zonder weigeringen. Het inchecken verliep vlot en wij sleurden onze bagage voor vannacht naar de derde etage. Geheel tegen de voorschriften in, laten wij de andere koffers onbeheerd in onze koffiekleurige franse mademoiselle overnachten. Wanneer morgenochten het busje van 7:40 arriveert, hoef ik ze alleen maar in het ruim te mikken.

Gewapend met de tas met onze paspoorten en betaalkaarten, reden wij de rustieke route richting Zaventem-Centrum. Daar aan de Vilvoordelaan is onze vaste snackbar.Op het plein waar wij plegen te parkeren stonden kermiswagens, maar precies voor de snackbar, die inmiddels de internationale naam Welcome heeft gekregen, maar dan wel in Arabische letters geschreven, was nog een plekje. De voertaal is er geen Nederlands, ook geen Vlaams en zelfs geen Frans maar de ontvangst is allerhartelijkst. Omdat wij vanmiddag al een warme lunch, een kaasplankje van restjes en een vleeswarenfantasie hadden genuttigd omdat de ham anders over de datum zou gaan tijdens ons verblijf, bestelden wij twee kleine frietjes met mayonaise. Met een weids, gastvrij armgebaar werden wij naar de formica tafeltjes begeleid. Gloeiende, gloeiende, gloeiende…wat een pak friet werd hier geserveerd! En wat een bak mayo! Nergens eten we zulke lekkere, knapperige friet als bij onze Arabische vrienden in Zaventem. Nergens is de mayo, zo romig, zo zurig, zo smaakvol Bels als in deze frituur. Zo Allah het wil, komen we hier vast de volgende keer nog eens terug.

Inmiddels hebben wij ons voor de televisie in onze kamer geinstalleerd en kijken we naar Cruyff in DWDD. Beneden, onder de lantaarnpaal, staat onze franse vriendin. De wekker is gezet, wat kan er nog misgaan? Ons wacht een heerlijke nachtrust op de keiharde Ibismatrassen en tussen de naar een vleugje lysol ruikende lappen. Waarover wij morgen ongewtijfeld weer zullen berichten. Dit alles maakt dat de stemming in reisgezelschap Teleton er nu al prima inzit!